Les 3: Waarom moeten systemen veranderen?
Lesdoel:
Je begrijpt waarom sommige systemen niet werken voor iedereen, hoe ze ongelijkheid in stand houden en waarom het noodzakelijk is om systemen te veranderen
Lesinhoud:
Systemen lijken soms vast te staan, alsof ze altijd al zo waren. Maar geen enkel systeem is vanzelf ontstaan: systemen zijn ontworpen door mensen. En wat door mensen is gemaakt, kan ook door mensen worden veranderd.
Waarom moeten systemen veranderen?
Veel systemen zijn gebouwd in tijden waarin gelijkheid, inclusie of mensenrechten géén uitgangspunt waren. Denk aan het koloniale verleden, slavernij, patriarchale structuren of klassenongelijkheid. De sporen daarvan zie je nog steeds in:
-
Wie het meeste bezit of macht heeft (economisch systeem)
-
Wie meer kans maakt op een goede baan of woning (onderwijs- en woonsysteem)
-
Wie geloofd wordt of bescherming krijgt (rechtssysteem en politie)
-
Wie mag blijven en wie moet vertrekken (migratiesysteem)
Soms lijkt een systeem eerlijk (bijv. “iedereen mag stemmen” of “onderwijs is voor iedereen”), maar in de praktijk zijn er drempels: taal, geld, discriminatie, racisme, validisme, seksisme of bureaucratie.
Onrecht in systemen is structureel.
Het gaat niet om één foute agent, één nare schooldirecteur of één racistische wet. Het gaat om een patroon. En dat patroon heet structureel onrecht.
Daarom is systeemverandering nodig. Niet alleen symptoombestrijding (pleisters plakken), maar het aanpakken van de wortels:
-
Wie maakt de regels?
-
Voor wie werkt het systeem?
-
Wie wordt buitengesloten?